aflopen

aflopen
{{aflopen}}{{/term}}
I 〈onovergankelijk werkwoord〉
[+ op] [zich begeven naar] make for
[ten einde lopen] (come to an) endfinish, expire 〈termijn, contract〉
[met betrekking tot wekkers] go off
[wegstromen] run/flow down
[naar beneden lopen] run/go/walk down
[zich naar beneden uitstrekken] slope (down/away)
[ergens afgaan] run off; 〈weglopen〉 leave
voorbeelden:
2   de cursus is afgelopen the course is finished
     dit jaar loopt het huurcontract af the lease expires this year
     en daar is de zaak mee afgelopen and that's the end of the matter
     de operatie is goed afgelopen the operation was successful
     het verhaal liep goed af the story had a happy ending
     het loopt af met hem he is sinking fast/is near the end
4   aflopen als een wekker 〈figuurlijk〉 rattle on (non-stop)
6   de weg loopt snel af the road slopes down steeply
7   een kabel laten aflopen run out a cable
     niet van je plaats aflopen not leave your place
II 〈overgankelijk werkwoord〉
[verslijten] wear out
[doorlopen] tramp 〈land, straten〉
[ten einde toe doorlopen] coverwalk
voorbeelden:
2   stad en land aflopen om iets te vinden search high and low to find something
3   de universiteit aflopen go through university
     in hoeveel tijd kan men die weg aflopen? how long does it take to walk it?

Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.

Игры ⚽ Поможем решить контрольную работу

Look at other dictionaries:

  • Alten (die) — 1. Alten kann man wol vorlaufen, aber nicht vorrathen. Oft findet sich aber das Alter früher im Kopfe als in den Beinen ein. 2. Alten muss man ihre Weise lassen. It.: E più facile rovesciar un pozzo, che riformar un vecchio. 3. Alten und Kindern… …   Deutsches Sprichwörter-Lexikon

  • Ding — 1. Acht Dinge bringen in die Wirthschaft Weh: Theater, Putzsucht, Ball und Thee, Cigarren, Pfeife, Bierglas und Kaffee. 2. Acht Dinge haben von Natur Feindschaft gegeneinander: der Bauer und der Wolf, Katze und Maus, Habicht und Taube, Storch und …   Deutsches Sprichwörter-Lexikon

  • Horn — 1. Am Horn fasst man den Ochsen, beim Wort den Mann. Holl.: Bij de hoornen vangt (vat, bindt) men den os, bij het woord den man. ( Harrebomée, I, 334.) 2. Am Horn merkt man das Hirn. – Heyl, 439. 3. Besser bei den Hörnern festhalten, als beim… …   Deutsches Sprichwörter-Lexikon

Share the article and excerpts

Direct link
Do a right-click on the link above
and select “Copy Link”